Afkorting en titel: |
Fluency: Woord-Fluency Test (WFT) en Figuur-Fluency Test (FFT) |
| Auteurs: | J.L. Mulder, P.H. Dekker, R. Dekker |
| Productcode: | GZ3 (uitleg en registratie) |
| Beschikbaar: | ja (2006) |
| Doel van het instrument: | Opsporen van stoornissen in uitvoerende controlefuncties en/of het semantisch geheugen. |
| Materiaal: | Handleiding, WFT- en FFT-formulieren. Klik hier om de inhoudsopgave van de Fluency-handleiding te bekijken. (Het is een Acrobat Reader bestand van 25 kB.) Om het bestand te kunnen lezen heeft u het programma Acrobat
Reader nodig. U kunt dit gratis downloaden: |
| Doelgroep: | Personen in de leeftijd van 14 tot 85+ jaar |
| Toepassing: | Alle situaties waarin een individuele bepaling van het semantisch geheugen en / of het opsporen van eventuele stoornissen in planning en strategie van werken wenselijk is. |
| Korte beschrijving: | WFT: een semantische of woord-fluency
test. Men
moet zoveel mogelijk woorden uit een semantische categorie opnoemen, in
dit geval ‘dieren’ en ‘beroepen / functies’. FFT: een figuur-fluency test. Figuur-fluency tests worden beschouwd als niet-verbale equivalenten van de woord-fluency tests. De opdrachten in dit type test kunnen nogal verschillen. De Ruff Figural Fluency Test vereist dat men in stippenpatronen (met op een aantal pagina’s afleidende figurele informatie op de achtergrond) unieke patronen maakt door stippen te verbinden. Er moeten twee of meer stippen worden verbonden door rechte lijnen. De twee tests zijn tegelijk met de Kaufman - Intelligentietest voor Adolescenten en Volwassenen KAIT en de Kaufman - Neuropsychologische Screening K-SNAP afgenomen. |
| Achtergrond en verantwoording: | Fluency tests maken al lange tijd deel uit van
psychologische testbatterijen. Thurstone (1938) nam een schriftelijke
fluency test op in zijn intelligentietestbatterij, de Primary
Mental
Abilities Test. De Nederlandstalige Groninger Intelligentie Test
(GIT-2) en de Revisie Amsterdamse Intelligentietest voor Kinderen
(RAKIT) bevatten een woord-fluency test. In het drie-stratum model van intelligentie (Carroll, 1993) behoren fluency tests tot de zevende factor ‘Broad Retrieval Ability’ op Stratum II-niveau (op het hoogste niveau – Stratum III – staat ‘general intelligence’, ofwel g). De zevende factor wordt gekenmerkt door ‘het produceren van ideeën met behulp van taal of op een andere wijze’. Snelheid van informatieverwerking speelt hierbij een belangrijke rol. Deze ‘fluency’ of ‘creatieve’ vaardigheden corresponderen met ‘divergente productie vaardigheden’ in het model van Guilford (1967). Kenmerkend voor dergelijke taken is dat de opdracht relatief ongestructureerd is; de cliënt moet zoveel mogelijk responsen genereren die alle voldoen aan de voorwaarden in de opdracht. In de neuropsychologische literatuur worden de fluency tests niet zozeer als maat voor intelligentie opgevat, maar als maat voor uitvoerende controlefuncties (‘executive (control) functions’). Er is immers een efficiënte strategie nodig om zoveel mogelijk verschillende voorbeelden te bedenken die alle voldoen aan de opdracht. |
| Testafname en scoring: | Zowel de WFT als de FFT dient individueel te worden
afgenomen. De WFT bestaat uit 2 onderdelen of items. Er moeten in één minuut achtereenvolgens zoveel mogelijk dieren en zoveel mogelijk beroepen of functies worden opgenoemd. De gegeven responsen worden volgens de in de handleiding geboden richtlijnen gescoord. Dit leidt tot drie scores: Totaal aantal goede antwoorden, Percentage perseveratieve fouten en Aantal foute antwoorden. De eerste twee worden in normscores omgezet. De FFT bestaat uit 5 onderdelen. Per onderdeel moeten binnen één minuut zoveel mogelijk unieke patronen getekend worden door minimaal twee punten met rechte lijnen aan elkaar te verbinden. Het Totaal aantal unieke patronen en twee typen fouten (Percentage perseveratieve fouten en Percentage overtredingen) zijn genormeerd. |
| Psychometrische gegevens en normen: | De handleiding bevat gegevens van een gezonde
normgroep Nederlanders en Vlamingen en die van vier groepen
patiënten.
NormeringsonderzoekBeide tests zijn tegelijkertijd met de KAIT en de K-SNAP en
een aandachtstest - Cijfer Doorstreep Test - bij 14 tot 85+
jarigen afgenomen en genormeerd. De steekproef in Nederland bestond uit
circa 310 personen en in Vlaanderen uit circa 170 personen. De totale
steekproef bestaat dus uit circa 480 personen. In de handleiding is de
samenstelling en representativiteit naar geslacht en opleidingsniveau
beschreven. De alfa-betrouwbaarheidscoëfficiënt van het Totaal
aantal
goede antwoorden (WFT) is gemiddeld voor de 12 leeftijdsgroepen: 0.77
en van het Totaal aantal unieke patronen (FFT): 0.93. De
betrouwbaarheid van de fout-indices is lager, dit kan worden
toegeschreven aan het feit dat fouten in een gezonde onderzoeksgroep
minder vaak voorkomen dan in een patiëntengroep. Uit Test-hertest
onderzoek (n=33, interval circa drie maanden) blijkt dat de beide
‘goed-scores’ stabiele maten zijn. PatiëntenonderzoekEr zijn vier groepen patiënten met diverse
hersenaandoeningen onderzocht: patiënten met de ziekte van
Alzheimer (n=43), met frontotemporale dementie (n=24), met milde
cognitieve stoornissen (n=16) en een groep met ‘overige neurologische
problemen’ (n=35). |
| Beoordeling COTAN WFT/FFT: | *Nog geen onderzoeksgegevens. |
| Publicaties: | Klik hier om de tekst op te vragen (pdfbestand, 187 kB). |
| Ondersteuning: | Voor het Vlaamse onderzoek was een samenwerkingsovereenkomst met de Lessius Hogeschool te Antwerpen afgesloten. In Nederland werd financiële ondersteuning van het NITPB-fonds verworven. |
| Prijzen: | Zie bestellen Fluency Tests. |