Afkorting en titel: |
DLT: Doorstreepleestoets |
| Auteur: | W. van Bon |
| Productcode: | GZ3 (uitleg en registratie) |
| Beschikbaar: | Juni 2007, juli 2009 |
| Doel van het instrument: | Groepsgewijs in 1 minuut toetsen van de technische leesvaardigheid. |
| Materiaal: | Complete set in map: Handleiding (addendum), Oefentoets,
DLT1-leeskaarten (formulieren met eenlettergrepige woorden - 4
versies), DLT2-leeskaarten (formulieren met tweelettergrepige woorden -
4 versies), 3 sjablonen. In juli 2009 is een addendum met aanvullende normen gereedgekomen. Als u het wilt downloaden, klik dan hier (het is een Acrobat Reader bestand van 78 kB). De leeskaarten mogen voor eigen gebruik gekopieerd worden (d.w.z. eenmalig lage kosten). |
| Doelgroep: | Leerlingen in het regulier basisonderwijs (groep 3 t/m groep 8) en/of het speciaal onderwijs. |
| Toepassing: | De DLT kan groepsgewijs (of individueel) worden
afgenomen om de technische leesvaardigheid te bepalen. Door
deze groepsgewijze afname is in een paar minuten de leesvaardigheid van
de gehele groep te bepalen. De DLT is een efficiënt en kwalitatief goed alternatief voor de individuele hardop-leestoetsen en voor Leestechniek en Leestempo (CITO). Bij kinderen met spraakproblemen of die moeilijk te verstaan zijn en bij kinderen die last hebben van faalangst bij hardop lezen, is de DLT zeker boven de hardop-leestoetsen te verkiezen. |
| Samenstelling van de DLT: | DLT1 bestaat uit 80 eenlettergrepige woorden en
DLT2 uit 120 tweelettergrepige woorden. Een klein deel van
deze 80 en 120 woorden bestaat uit niet-bestaande (onzin) woorden, die
moeten worden doorgestreept. Teneinde te voorkomen dat kinderen bij elkaar kunnen afkijken zijn er 4 versies ontwikkeld die alleen verschillen in de volgorde van de (onzin)woorden. |
| Testafname en scoring: | In de DLT moeten kinderen de onzinwoorden
doorstrepen.
Aan de hand van de oefentoets kan de procedure
worden uitgelegd. Men verdeelt de vier versies van de eenlettergrepige woorden (DLT1) of de tweelettergrepige woorden (DLT2) willekeurig over de kinderen en laat hen precies een minuut werken. Met behulp van een sjabloon kijkt men de toets na. De ruwe score bestaat uit het aantal correct beoordeelde echte en onzinwoorden. De normscore wordt uitgedrukt in de bekende A/E-classificatie. |
| Psychometrische gegevens en normen: | De hertestbetrouwbaarheid is in de groepen 3 tot
en met 8 van het Basisonderwijs bepaald. De groepen voor dit
deelonderzoek bestonden uit 51 tot 68 kinderen. Het interval was
maximaal
twee weken. De hertestbetrouwbaarheid varieert van 0.78 tot 0.83. Er zijn diverse validiteitsonderzoeken gedaan. De voor de praktijk meest belangrijke vraag is hoe de DLT zich verhoudt tot hardop-leestoetsen als de EenMinuutTest. In de handleiding wordt uitgebreid op deze vraag ingegaan. Correlaties van 0.65 tot 0.82 worden gerapporteerd (par. 2.4.2.3). Uit de negatieve correlaties tussen de hoogte van de score en het aantal fouten, blijkt voorts dat een hoge score niet door gokken behaald wordt (par. 2.4.2.9). De normen zijn bepaald op grond van de resultaten van 1799 leerlingen uit de groepen 3 tot en met 8. De 25% hoogst scorende kinderen hebben classificatie A en de 10% laagst scorende kinderen classificatie E. In de handleiding zijn normscores voor twee afnamemomenten gepubliceerd: de maanden mei en november. In het addendum zijn aanvullende normscores gepubliceerd, zodat als de afname in een andere maand in een leerjaar plaatsvindt, u ook voor dat afnamemoment over normgegevens beschikt. |
| Publicatie: |
|
| AVI-niveau: | Regelmatig wordt gevraagd of het mogelijk is op grond van de DLT-scores een indicatie van het AVI-niveau te krijgen. Op de website van Noordhoff (klik hier) wordt getoond hoe u het AVI-niveau bij de DLT1 of DLT2 scores kunt vinden: zoek in de tabel de behaalde DLT-score op en op dezelfde regel vindt u het bijbehorende AVI-niveau. |
| Vergelijking met andere stilleestests: | Wat meet de DLT nu anders dan andere groepsgewijs
toepasbare
stilleestoetsen waarmee de leesvaardigheid bepaald kan worden? In een zo’n procedure moet het kind bepalen welke schrijfwijze in een gegeven context past (bijv.: Hij keel/lek/leek wel gek). In een andere procedure moet het kind de overeenstemming tussen plaatjes en woorden beoordelen. Het voordeel van de DLT – vergeleken met deze twee procedures – is dat het niet nodig is de context correct te interpreteren alvorens het juiste antwoord gegeven kan worden. Omdat het in de DLT niet om afbeeldbaarheid gaat, konden ook niet-afbeeldbare woorden opgenomen worden (bijv.: geest). Zie verder de handleiding. |
| Folder | Wilt u de informatie over de DLT in een folder?
Klik hier (het is een Acrobat
Reader bestand van 115 kB). Om het bestand te kunnen lezen heeft u het programma Acrobat Reader nodig. U kunt dit gratis downloaden: |
| Prijzen: | Zie bestellen DLT. |