Afkorting en titel: |
CDT: Cijfer Doorstreep Test |
| Auteurs: | R. Dekker, P.H. Dekker, J.L. Mulder |
| Productcode: | GZ3 (uitleg en registratie) |
| Beschikbaar: | Mei 2007 |
| Doel van het instrument: | Opsporen van aandachtsproblemen, meten van snelheid en nauwkeurigheid van het (visueel) waarnemen, meten van selectieve aandacht. |
| Materiaal: | Handleiding, oefenbladen en (doordruk)formulieren.
Het scoringsprogramma berekent normen met behulp van regressieanalyses,
conform het zogenaamde continu-model. Klik hier om de inhoudsopgave van de CDT-handleiding te bekijken (het is een Acrobat Reader bestand van 23 kB). Klik hier om de handleiding bij het computerprogramma te bekijken (het is een Acrobat Reader bestand van 540 kB). (De afbeeldingen zijn helaas op het scherm niet zo scherp als op papier.) In deze handleiding is ook een voorbeeld van een met de computer gegenereerd rapport opgenomen. Klik hier om een met behulp van de computer gegenereerd rapport te bekijken (het is een Acrobat Reader bestand van 146 kB). Om een pdf-bestand te kunnen lezen heeft u het programma
Acrobat
Reader nodig. U kunt dit gratis downloaden: |
| Doelgroep: | De CDT kan worden gebruikt voor kinderen, adolescenten en volwassenen. (Normen zijn er voor jongeren vanaf 14 jaar.) |
| Toepassing: |
De test kan bijvoorbeeld in klinisch onderzoek
worden toegepast: bij cliënten bij wie men aandachtsproblemen
vermoedt, al dan niet
in combinatie met lichamelijke en (neuro)psychologische stoornissen.
Een toepassingsmogelijkheid is ook het onderzoeken van het effect van
medicatie op het cognitief functioneren. In
deze laatstgenoemde vraagstelling kan men een voor- en
nameting doen. |
| Achtergrond en verantwoording: | De CDT maakt deel uit van de Testbatterij DVMH
(Differentiële Vaardighedentests voor Midden en Hoger Niveau).
Deze testbatterij is in 2003 gepubliceerd (Dekker & De Zeeuw). Tests als de CDT behoren volgens het Drie Stratum Model van Carroll (1993) tot het Domein van de Visuele Waarneming (stratum II) en op het niveau eronder (stratum I) tot de perceptuele snelheidstaken. De CDT levert informatie op over drie aspecten van de aandachtsprestatie. De eerste groep indices bestaat uit vier prestatiematen. In twee van deze indices ligt de nadruk op de kwaliteit (en snelheid) van werken, bijvoorbeeld 'Totaal aantal goed gemarkeerde doelcijfers'. Dit is de meest gebruikte maat voor prestaties op aandachtstests. In de twee andere indices komt de snelheid van werken sterker naar voren. De tweede groep indices bestaat uit vier 'Foutmaten'. De derde groep bestaat uit een index waarin wordt nagegaan of de cliënt in het eerste deel een vergelijkbaar percentage fouten maakt als in het tweede deel. Deze negen indices zijn gekwantificeerd en onderzocht op hun bruikbaarheid voor normale personen. Ze zijn alle negen van normen voorzien. Drie prestatiematen zijn om experimentele redenen toegevoegd. Ze verschillen in de normeringssteekproef nauwelijks van de standaardmaat 'Totaal aantal goed'. Het is echter mogelijk dat indices die in een groep normale personen 'uitwisselbaar' zijn, in een klinische groep een interpreteerbaar verschil in betekenis hebben. (Verdere toelichting vindt u in de handleiding.) Enkele indices zijn op dezelfde wijze berekend als in de Duitse Test d2. De CDT verschilt echter in enkele opzichten van de Test d2. Zo maakt de CDT gebruik van cijfers als stimuli, men werkt drie minuten aan een stuk door en in de CDT worden geen identieke reeksen stimuli aangeboden. In de Test d2 worden drie identieke reeeksen stimuli gebruikt. Zo zijn de stimuliregels 1, 4, 7, 10 en 13 identiek en ditzelfde geldt voor de regels 2, 5, 8, 11 en 14 respectievelijk 3, 6, 9 en 12. Het nadeel van identieke reeksen stimuli is dat personen dit tijdens de testafname wel of niet kunnen opmerken. Personen die dit opmerkten leveren vermoedelijk een betere prestatie dan degenen die dit niet opmerkten. Bovendien maakt het uit op welk moment men ontdekte dat er reeksen herhaald worden. Als men na afloop van de testafname hoort dat dezelfde reeks stimuli meermaals voorkomt, kan dit de prestatie op een eventuele hertest beïnvloeden. Vanwege deze stimuli-samenstelling is in de Test d2 sprake van een 'externe variabele' die op een onduidelijke manier van invloed is op de testprestatie en dus op de betekenis en interpretatie van de testresultaten van de desbetreffende persoon. Andere veelgebruikte aandachtstests in Nederland zijn onder andere de Bourdon-Wiersma, Bourdon-Vos en Snelheid en Nauwkeurigheid (DAT). Verschillen met deze laatstgenoemde tests zijn onder andere de in de CDT gebruikte uiteenlopende prestatieindices (negen), de representatieve normeringssteekproef Nederlanders en Vlamingen van 14 tot 80+ jaar en de mogelijkheid tot groepsgewijze afname. |
| Testafname en scoring: |
De CDT kan zowel groepsgewijs als
individueel worden afgenomen. De cliënten oefenen de opdracht op een apart Oefenblad. De test staat op een doordrukformulier. Er zijn voor de uitwerking geen scoremallen nodig. Met behulp van aanwijzingen op het formulier wordt u door de
scoringsprocedures voor de indices geleid.
U bepaalt de normscores, betrouwbaarheidsintervallen, percentielscores
en omschrijvingen met behulp van de normtabellen in
de handleiding of het computerprogramma. Als u het computerprogramma gebruikt dienen enkele
basisgegevens in het
invoerscherm te worden ingevoerd. Vervolgens berekent het
computerprogramma de normscores, betrouwbaarheidsintervallen en
percentielen. De normscores
worden - net als bij de KAIT - berekend met gebruikmaking
van alle gegevens in de steekproef, volgens het zogenaamde
continu-model. |
| Onderzoek en psychometrische gegevens: | De CDT is tegelijkertijd met de Kaufman -
Intelligentietest voor Adolescenten en
Volwassenen KAIT en de Kaufman -
Neuropsychologisch Screening K-SNAP en twee
(Woord en Figuur) Fluency tests individueel
afgenomen. De totale
steekproef in Nederland bestond uit 323 personen en in Vlaanderen uit
167 personen, in totaal dus 490 adolescenten en volwassenen van 14 tot
80+ jaar. De steekproef is representatief samengesteld
wat betreft land, geslacht, leeftijd en niveau van opleiding. In de handleiding worden de (test-hertest) betrouwbaarheid van de negen indices gepresenteerd. De betrouwbaarheid van zeven van de negen indices ligt tussen 0.79 - 0.95. Het patroon van samenhang van de indices in deze normeringssteekproef en het effect van de persoonskenmerken leeftijd, land, geslacht en niveau van opleiding, worden in het kader van de validiteit besproken. Van deze persoonskenmerken heeft alleen leeftijd een statistisch significant effect op de indices met uitzondering van 'totaal aantal gemist', het aantal gemiste doelcijfers is voor alle leeftijdsgroepen vrijwel gelijk. Correlaties met de KAIT, de K-SNAP en WAIS-III worden gerapporteerd en er wordt ingegaan op de vraag of fouten en gemiste doelcijfers door dezelfde personen worden gemaakt. De handleiding bevat normtabellen voor 12 leeftijdsgroepen voor alle negen indices. |
| Beoordeling COTAN: | |
| Publicaties: | Klik hier om de tekst op te vragen (pdfbestand, 187 kB). |
| Folder: | Wilt u de informatie over de CDT in een folder? Klik hier (het is een Acrobat Reader bestand van 82 kB). |
| Ondersteuning: | Voor het Vlaamse onderzoek was een samenwerkingsovereenkomst met de Lessius Hogeschool te Antwerpen afgesloten. In Nederland werd financiële ondersteuning van het NITPB-fonds verworven. |
| Prijzen: | Zie bestellen CDT. |